De ene Lyme-test is de andere niet

Tegenwoordig zijn er zoveel Lyme testen in omloop dat alleen daarmee al een boek zou kunnen worden gevuld. Hieronder worden daarom alleen de meest bekende testen uitgelegd, zodat je meer inzicht krijgt in welke uitslagen je wel of niet kunt vertrouwen.

ELISA

ELISA Lyme testDe ELISA Lyme-test screent het bloed op de antilichamen IgM en IgG tegen de Borrelia-bacterie. IgM verschijnt vrij snel na aanvang van de infectie. De aanwezigheid van dit antilichaam duidt meestal op een acute-infectie. IgG verschijnt meestal pas enkele weken later.

Er zijn echter Lyme-patiënten die geen antilichamen aanmaken. De test is dan vals negatief, terwijl ze natuurlijk wel heel erg ziek zijn, want als je geen antilichamen aanmaakt, heeft de Borrelia-bacterie vrij spel. Verder wordt IgG ook na het overwinnen van de infectie nog door het lichaam aangemaakt, waardoor de Lyme test vals positief kan zijn. Deze test kan dus niet goed het verschil aantonen tussen een chronische en doorlopen infectie.

Als je echter een positieve uitslag hebt voor IgM, heb je dus vrijwel zeker een acute Lyme-infectie. Heb je een positieve uitslag voor IgG, dan ben je ooit in contact gekomen met de Borrelia-bacterie. Is dat het geval dan doe je je er goed aan om je verder te laten onderzoeken. Is de testuitslag negatief dan zegt dit eigenlijk niets, want er wordt geschat dat zeker 50 % van de Lyme-patiënten negatief test. Deze test kan je door de huisarts laten uitvoeren en wordt vergoed vanuit de basisverzekering.

Lyme-peptide C6 test

De Lyme-peptide C6 test is ook een ELISA test. Deze screent dus ook op antilichamen, maar dan op een zeer specifiek soort dat hecht aan het C6-eiwit op de Borrelia-bacterie. Het lijkt erop dat het antilichaam dat hecht aan C6, afneemt in het bloed als ook de infectie afneemt. Zo kun je deze Lyme test dus gebruiken om te kijken of je reageert op een behandeling. Het nadeel is wel dat deze test vaak een vals negatieve uitslag geeft, maar als die positief aanduidt, kun je soms de mate van infectie monitoren. Voorgaande wordt onderstreept door wetenschappelijk onderzoek. Nederlandse artsen zijn hier echter niet van op de hoogte. Deze test wordt o.a. uitgevoerd door het Reinier laboratorium en kun je laten uitvoeren door een huisarts die bij dit laboratorium is aangesloten. De test wordt in dat geval vergoed vanuit de basisverzekering.

WesternBlot (WB)

Een iets betere Lyme test dan de ELISA is de WB. Deze screent op meer antilichamen en is beter instaat om een onderscheid te maken tussen een actieve en een doorgelopen infectie. Toch is ook deze test erg onbetrouwbaar. Er wordt gewerkt met verschillende banden. Banden die specifiek zijn voor Lyme, zijn onder andere: p18, p28+29, Osp A/p31, OspB/p 34, BmpA/p 39, p83 en p 100. Wanneer men ooit gevaccineerd is tegen Lyme, zullen de banden 31 en 34 ook oplichten zelfs als je geen Lyme hebt. Testen uitgevoerd in Amerika waar men ook in het verleden patiënten tegen Lyme heeft geïnfecteerd, zullen daarom niet naar de banden 31 en 34 kijken, terwijl deze in het geval van niet-gevaccineerden wel veelzeggend zijn. Een goede Nederlandse Lyme-specialist interpreteert daarom zelf de laboratriumuitslagen.

 

Polymerase Chain Reaction test (PCR-test)

Deze Lyme test screent op DNA stukjes van de Borrelia-bacterie en is iets betrouwbaarder dan eerder genoemde testen, maar geeft nog steeds erg vaak een vals negatieve uitslag. De PCR wordt niet vergoed vanuit de basisverzekering en wordt daarom zelden door artsen uitgevoerd. Het is immers zonde van je geld om een onbetrouwbare test te laten doen. Er zijn betere opties.

Lymfocyten Transformatie Test (LTT)

De LTT screent niet op anti-lichamen, maar op lymfocyten die in aanraking zijn geweest met de Borrelia-bacterie. Omdat lymfocyten om de zes weken worden vernieuwd komen vals positieve uitslagen nauwelijks voor. De LTT is echter niet uitgebreid getest, waardoor we ook niet goed weten of de uitslag betrouwbaar is.

Feit is echter dat een ELISA wel uitgebreid getest is en daarvan weten we juist zeker dat deze onbetrouwbaar is. In Berlijn hebben ze via de universiteit een een onderzoek gepubliceerd dat aan zou tonen dat de LTT betrouwbaar is, maar dit betreft onderzoek waarbij ze alle resultaten van een aantal jaar testen hebben verzameld, dat is helaas niet hoe gedegen validatie in zijn werk gaat. Dit neemt niet weg dat het een goede indicatie geeft dat verder onderzoek noodzakelijk is.

De LTT is zeer populair onder Nederlandse Lyme-specialisten. Ze sturen meestal de bloedmonster naar Duitsland, na langdurig onderzoek veelal door met medewerkers van bepaalde laboratoria in gesprek te gaan en Lyme-artsen naar hun mening te vragen, durf ik te beweren dat ProHealth en Berlijn de beste LTT’s hebben. Besef namelijk dat ieder lab met zijn eigen standaarden werkt en zijn eigen opgestelde grenswaarden.

Berlijn en Prohealth werken echter niet werken met provisie. In Berlijn zijn resultaten goed bijgehouden, Prohealth werkt met een vergelijkbare test als in Berlijn. Er zijn verder bepaalde laboratoria zijn die een periode hadden dat er 100 % positief werd getest. Sommige werken ook gewerkt met de ELISA-spot, dit is een bepaalde LTT die nog minder goed gevalideerd is als de LTT. Laboratoria beweren dan rustig dat deze nieuwe test beter is dan de LTT, maar daar is geen enkel onderzoek naar gedaan. Na langdurig rondvragen, doorvragen, slimme vragen stellen (bijvoorbeeld op een Lyme-congressen) gaat mijn voorkeur uit naar Prohealth en Berlijn. Het blijft echter een feit dat het allemaal natte vinger werk blijft.

CD57

Het blijkt dat Lyme-patiënten vaak een verlaagd CD57 gehalte hebben. CD57 staat voor ook natural-killer-cellen. Zodra Lyme-patiënten herstellen stijgt ook het CD57 gehalte. CD57 kan echter ook verlaagd zijn door iets anders dan een Lyme-infectie. Een verlaagd CD57 gehalte wijst dus niet per definitie op een Lyme-infectie, maar het is wel een goede marker die uitgevoerd kan worden om meer zekerheid te verschaffen over de aanwezigheid van de Borrelia-bacterie.

Levend-bloedanalyse

Een zeer controversiële test is de levendbloed-analyse waarbij men een druppel bloed onder een elektronen microscoop legt en onderzoekt op de aanwezigheid van de Borrelia-bacterie die je kunt herkennen aan een spiraalvormig organismen. Velen zullen beweren dat deze test onbetrouwbaar is. Gek genoeg wordt de Syfilis-bacterie, het broertje van de Borrelia-bacterie, wel via levensbloedanalyse opgespoord in gecertificeerde laboratoria. Zo ontdekte een huisarts dat van 30% van zijn vermeende Lyme-patiënten positief testen op Syfilis. Onder een elektronen microscoop is echter geen verschil te ontdekken tussen de Borrelia- en Syfilis-bacterie. Waarschijnlijk hadden deze mensen dan ook gewoon een actieve Lyme-infectie. Een levend-bloedanalyse zou daarom wel eens een goede aanvulling kunnen zijn op ander laboratriumonderzoek. Het is echter af te raden om je door een alternatieve therapeut te laten onderzoeken via een levendbloedanalyse. Deze hebben vaak een veelte korte opleiding genoten voor een adequate uitvoering. Slimmer is om aan je huisarts te vragen of je op Syfilis kan worden getest, dit wordt dan ook nog eens vergoed.

Nonatrap test

Een nieuwe Lyme-test is de veelbelovende Nanotrap-test. Via deze test wordt urine onderzocht op aanwezigheid van DNA-deeltjes afkomstig van de Borrelia-bacterie. Hiervoor wordt de urine bewerkt waardoor de bijzonder lage concentraties DNA zichtbaar kunnen worden gemaakt. Helaas is deze test nog steeds in ontwikkeling en zijn de voorlopige onderzoeksresultaten er niet naar waardoor deze test al kan worden ingezet om een actieve Lyme-infectie aan te tonen.

Hoe Lyme aan te tonen

Zoals te zien is, bestaan er nu nog geen goede Lyme-testen. Daarom is het belangrijk meerdere parameters met elkaar te combineren om zo met grotere zekerheid vast te kunnen stellen of er wel of geen Lyme in het spel is. Hoe dat in zijn werk gaat kun je hier lezen.