Orthomoleculaire-therapie ingezet tegen Lyme

supplementen-lymeOrthomoleculaire-therapie is erop gericht het lichaam in balans te brengen door supplementen toe te dienen. Supplementen zijn lichaamseigen stoffen. Deze therapievorm gaat dus opzoek naar tekorten en vult aan waar nodig. Iedere Lyme-patiënt kampt met tekorten. Dit komt doordat bepaalde stoffen als gevolg van Lyme niet goed worden opgenomen, andere worden juist weer te snel uitgescheiden, plus dat er meer voedingsstoffen verbruikt worden vanwege de toxische belasting. Daarom is het altijd raadzaam om je te laten testen op een groot aantal voedingsstoffen en aan te vullen waar nodig. Zie hier welke dat zijn. Mocht je een tekort hebben, zorg dan dat je dit aanvult, maar lees eerst onderstaande informatie, want in sommige gevallen duidt een tekort – hoe vreemd dat ook mogen klinken – juist op een overschot.

Er is ook een groot aantal supplementen dat je kunt gebruiken zonder dat je daarvoor een test moet doen, in dat geval ga je uit van de klachten die je hebt en zoek je daarbij supplementen die deze klachten kunnen tegengaan. Het aantal supplementen dat Lyme-patiënten kan helpen is ontzettend groot, waardoor ze nooit allemaal op deze webpagina behandeld kunnen worden. Het is raadzaam een orthomoleculair arts te consulteren die ook kennis heeft van genmutaties. Het ene supplement is voor de één heilzaam en voor de ander schadelijk. Onderzoek naar genmutaties kan helpen om te bepalen welke supplementen wel of niet werken.

Tekorten die vaak voorkomen in combinatie met Lyme:

Vitamine B12:  de klachten van een vitamine-B12 tekort lijken erg veel op de klachten van een Lyme-infectie. Daarom is het verstandig om het gehalte vitamine-B12 te bepalen. Mocht je een tekort hebben, dan kan het aanvullen hiervan een grote sprong voorwaarts betekenen.

Besef echter dat de huisarts werkt met te lage referentiewaarden. Je zou volgens de huisarts pas een tekort hebben als je minder dan 150 pmol/L vitamine-B12 in je bloed hebt, terwijl er volgens ‘de stichting vitamine-B12 tekort’ al een gebrek ontstaat als je minder dan 300 pmol/L in je bloed hebt. Als Lyme-patiënt is het extra belangrijk dat je voldoende vitamine-B12 hebt. Daarom moet je uitgaan van de grenswaarde 300 pmol/L. Zit je daaronder, dan moet je aanvullen.

Lyme en vitamine_b12_tekortAls je een vitamine-B12 tekort wilt aanvullen, verdienen methylcobalamine zuigtabletten de
voorkeur. Dit is de actieve vorm van vitamine-B12. Mochten de zuigtabletten onvoldoende helpen, stap dan over op methylcobalamine injecties. Deze zijn o.a. op doktersvoorschrift te bestellen bij de internationale apotheek in Venlo. De huisarts kan je ook hydroxycobalamine injecties voorschrijven. Deze worden vergoed vanuit de basisverzekering. Hydroxycobalamine is echter niet door iedereen om te zetten in de actieve vorm van vitamine-B12: methylcobalamine. Daarom verdienen methylcobalamine injecties de voorkeur.

De huisarts test overigens op de niet-actieve vorm van vitamine-B12: cobalamine. Wanneer je cobalamine niet kunt omzetten in metyhylcobalamine, is het gehalte cobalamine geen goed uitgangspunt om te achterhalen of je een tekort hebt aan vitamine-B12. Als de waarde van cobalamine niet verlaagd is, is het daarom raadzaam om alsnog bij een speciaal laboratorium het methylcobalamine gehalte te bepalen. Veel Lyme-patiënten hebben namelijk zogenaamde methylatieproblemen. In dat geval kan er in je bloed voldoende cobalamine aanwezig zijn, maar te weinig methylcobalamine.

Vitamine B6: Bij veel Lyme-patiënten is het vitamine-B6 gehalte verhoogd. Dit zou mogelijk een oorzaak kunnen zijn van methylathieproblemen. Mocht vitamine-B6 verhoogd zijn, slik dan absoluut deze vitamine niet, dus ook geen vitamine B-complex gebruiken, want daar zit B6 in. Laat in dat geval zeker het methylcobalamine gehalte bepalen, want vaak gaat een hoog vitamine B6 gehalte gepaard met te weinig actieve vitamine B12.

Het is in dat geval ook mogelijk dat je lijdt aan de aandoening KPU of HPU. Lijdt je aan deze aandoening dan scheidt je lichaam teveel van de stof HPL-complex uit. Dit complex bindt aan de actieve vorm van vitamine-B6. Hierdoor daalt het actieve vitamine-B6 (pyridoxaal-5-fosfaat = P5P) gehalte. Mocht je een verhoogd vitamine-B6 gehalte hebben, dan heb je mogelijk last van HPU. Zeker als het zink-, chroom-, magnesium- en/of mangaangehalte te laag blijkt te zijn. Het tekort aan P5P verhindert namelijk de opname van deze mineralen. In dat geval kunnen speciale supplementen worden genomen waardoor P5P wordt aangevuld en het tekort aan mineralen wordt tegengegaan.

Een tekort aan magnesium zorgt ervoor dat vitamine-B6 niet kan worden omgezet in P5P, hierdoor gaat het stapelen. Vandaar dat sommige Lyme-patiënten een te hoog vitamine-B6 gehalte hebben en tegelijkertijd te weinig P5P hebben. Een tekort aan zink zorgt er weer voor dat koper niet wordt gebruikt in het lichaam, waardoor je een koper opstapeling kunt krijgen. Een te hoog kopergehalte duidt dus ook mogelijk op KPU/HPU.

Je kunt je laten testen op HPU en KPU, maar deze testen zijn echter vrij onbetrouwbaar. Daarom is het raadzaam om in het geval van een te hoog vitamine-B6 gehalte, tijdelijk P5P te slikken en de tekorten aan mineralen aan te vullen.

Vitamine D: het blijkt dat veel Lyme-patiënten een vitamine-D tekort hebben. Bij de huisarts wordt echter alleen getest op de niet-actieve vorm van vitamine-D. Deze heet 25-OH-D. Op de actieve vorm wordt helaas niet getest. Deze vorm heet 1.25D. Het blijkt echter dat veel Lyme-patiënten een sterk verhoogde 1.25D waarde hebben. Dit zou mogelijk komen doordat de reactie waarmee 25-OH-D in het lichaam wordt omgezet in 1.25D, wordt versneld. Het versnellen van een reactie heet ook wel katalyseren. Hierdoor raakt 25-OH-D verlaagd en 1.25D juist verhoogd, waardoor allerlei klachten kunnen ontstaan. Heb je volgens de huisarts een verlaagd vitamine-D gehalte, bepaal dan eerst de 1.25D waarde. Dit moet je doen via een speciaal laboratorium. Als deze sterk verhoogd is, gebruik dan geen extra vitamine D, want daardoor versterk je juist het probleem.

L-carnitine: veel Lyme-patiënten hebben een verlaagd L-carnitine gehalte. Middels een test bij de huisarts is dit te achterhalen. Mocht het L-carnitine gehalte verlaagd zijn, dan kan suppletie in sommige gevallen de klachten wegnemen. Een te laag L-carnitine gehalte komt mogelijk door een nierprobleem waardoor men de L-carnitine niet vasthoudt.

Magnesium en lymeMagnesium: omdat magnesium door de Borrelia-bacterie wordt gebruikt, hebben veel Lyme-patiënten een tekort hieraan. Slechts 1 % van de magnesium dat zich in het lichaam bevindt, is in het bloed terug te vinden. Daarom is een bloedtest naar het magnesiumgehalte niet betrouwbaar. Een intracellulaire test naar het magnesiumgehalte is beter, maar omdat bijna elke Lyme-patiënt een tekort heeft aan magnesium, kan dit net zo goed preventief gebruik worden.

Het is ook mogelijk om je in te smeren met magnesiumolie. Zo wordt de magnesium via je huid opgenomen. Dit kan soms wenselijk zijn, omdat je oraal maar een bepaalde hoeveelheid mineralen per dag kunt opnemen en je meestal ook al andere mineralen slikt, zoals koper, zink, selenium en/of calcium.

Glutathion: er zijn testen die het glutathiongehalte bepalen. Het blijkt echter dat een groot deel van de Lyme-patiënten zeer goed reageren op glutathion-injecties. Deze stof helpt bij het uitscheiden van vetoplosbare toxines. Omdat een Lyme-infectie resulteert in een overschot aan vetoplosare toxines, wordt men ziek. Het ontgiften van vetoplosbare toxines middels glutahion-injecties kan een grote stap voorwaarts betekenen. Het uitvoeren van een test is niet echt noodzakelijk. Probeer een keer een glutahion-injectie bij een arts en kijk wat het doet. Als je het nodig hebt, merk je het direct doordat je je beter gaat voelen.

Helaas is glutathion oraal niet zo goed op te nemen. Liposomale-glutathion wordt wel goed opgenomen. Door het innemen van N-acetyl cysteine (NAC) en alpha-liponzuur (ALA) wordt de aanmaak van glutathion gestimuleerd. NAC en ALA zijn ook zeer sterke antioxidanten.