HomeUncategorizedOrthomoleculaire therapie

 

Toelichting bij tekorten van bepaalde voedingsstoffen:

Vitamine B12:  de klachten van een vitamine B12 tekort lijken erg veel op de klachten van een Lyme-infectie. Daarom is het verstandig om het gehalte vitamine B12 te bepalen. Mocht je een tekort hebben dan kan het aanvullen hiervan een grote sprong voorwaarts betekenen.

Besef echter dat de huisarts werkt met te lage referentie waarden. Je zou volgens de huisarts pas een tekort hebben als je minder dan 150 pmol/L B12 in je bloed hebt, terwijl er volgens de stichting vitamine B12 tekort al een gebrek ontstaat als je minder dan 300 pmol/L in je bloed hebt. Als Lyme patiënt is het extra belangrijk dat je voldoende vitamine B12 hebt, daarom moet je uitgaan van de grenswaarde 300pmol/L. Zit je daaronder dan moet je aanvullen. In dat geval verdienen methylcobalamine zuigtabletten de voorkeur. Mocht dat onvoldoende helpen, stap dan over op injecties met methylcobalamine. Deze zijn te bestellen bij de internationale apotheek in Venlo. Via de huisarts krijg je hydroxycobalamine, deze vorm is echter niet voor iedereen om te zetten in de actieve vorm van B12: methylcobalamine.

De huisarts test echter op de niet actieve vorm: cobalamine. Daarom is het verstandig als de waarde van cobalamine niet verlaagd is, om alsnog bij een speciaal laboratorium het methylcobalamine gehalte te bepalen. Veel Lyme patiënten hebben namelijk zogenaamde methylatieproblemen. In dat geval kan er in je bloed voldoende cobalamine aanwezig zijn, maar te weinig methylcobalamine.

Vitamine B6: Bij veel Lyme-patiënten is het vitamine B6 gehalte verhoogd. Dit zou mogelijk een oorzaak kunnen zijn van methylathieproblemen, wat juist duidt op een verlaagd methylcobalamine gehalte. Laat deze waarde bij de huisarts controleren, mocht B6 verhoogd zijn, slik dan absoluut geen B6 bij, dus geen vitamine B-complex gebruiken. Laat in dat geval zeker het methylcobalamine gehalte bepalen.

Vitamine D: het blijkt dat veel Lyme-patiënten een vitamine D tekort hebben. Bij de huisarts wordt echter alleen getest op de niet-actieve vorm van vitamine D. Deze heet 25-OH-vitamine D. Op de actieve vorm wordt niet getest. Deze heet 1.25OH-vitamine D. Het blijkt echter dat heel veel Lyme-patiënten een sterk verhoogde 1.25D waarde hebben. Dit zou mogelijk komen doordat de reactie waarmee 25-OH-D in het lichaam wordt omgezet in 1.25D, wordt versneld. Hierdoor raakt 25-OH-D verlaagd en 1.25D juist verhoogd, waardoor allerlei klachten kunnen ontstaan. Heb je volgens de huisarts een verlaagd vitamine D gehalte, bepaal dan eerst via een speciaal lab je 1.25D waarde. Als deze sterk verhoogd is, gebruik dan geen extra vitamine D, want daardoor versterk je juist het probleem.

L-carnitine: veel Lyme-patiënten hebben een verlaagd L-carnitine gehalte, middels een test bij de huisarts is dit te achterhalen. Mocht het L-carnitine gehalte verlaagd zijn dan kan suppletie in sommige gevallen de klachten wegnemen. Helaas werkt dat niet altijd, in dat geval kunnen intraveneuze injecties met L-carnitine helpend zijn.

Magnesium: omdat magnesium door de Borrelia-bacterie wordt gebruikt, hebben veel Lyme-patiënten een tekort hieraan. Omdat echter maar 1 % van de magnesium uit het lichaam in het bloed terug te vinden is, is een bloedtest naar het magnesium gehalte niet betrouwbaar. Een intracellulaire test is al beter, maar omdat bijna elke Lyme-patiënt een tekort heeft aan magnesium kan dit net zo goed preventief gebruik wordt. Het is mogelijk om je in te smeren met magnesium olie, zo wordt de magnesium via je huid opgenomen. Dit kan soms wenselijk zijn, omdat je oraal maar een bepaalde hoeveelheid mineralen per dag kunt opnemen en je meestal ook al andere mineralen bijneemt, zoals koper, zink, selenium en calcium.

Mineralen: Ook blijkt men vaak een tekort aan zink, koper en selenium te hebben. Een test is daarom haast overbodig. Van deze mineralen heb je minder nodig dan van magnesium en het kan een goed idee zijn deze uit voorzorg in te nemen. Kies altijd voor de gecheleerde vorm, want deze neem je beter op.

Glutathion: er zijn testen die het glutathion gehalte bepalen. Het blijkt echter dat een groot deel van de Lyme-patiënten zeer goed reageren op glutathion-injecties. Deze stof helpt namelijk bij het uitscheiden van vetoplosbare toxines. Omdat men vaak kampt met een overschot van vetoplosare toxines is, wordt men ziek. Het ontgiften van vetoplosbare toxines middels glutahion-injecties kan een grote stap voorwaarts betekenen. Daarom is een test niet echt noodzakelijk, neem een keer een glutahion-injectie en kijk wat het doet, als je het nodig hebt merk je het direct doordat je je beter gaat voelen.

Helaas is glutathion oraal niet zo goed op te nemen. Liposomale-glutathion neemt men wel goed op, maar dit is erg duur. Door het innemen van N-acetyl cysteine (NAC) en alpha-liponzuur (ALA) wordt de aanmaak van glutathion gestimuleerd. NAC en ALA zijn ook zeer sterke antioxidanten.